2.7 Softphone-ondersteuning in een terminal server-omgeving
Contact Desktop kan ook worden gebruikt op een terminal server om een softphone op de computer van een gebruiker aan te sturen.
Deze lokale softphone wordt voornamelijk gebruikt voor spraakuitvoer en opname via een handset of headset.
De oproepen op afstand via de app op de terminal server worden op dezelfde manier gedaan en ontvangen als wanneer de oproepen lokaal worden gedaan met Contact Desktop. Alle interacties vinden zowel lokaal als remote plaats. De softphone en de lokaal gebruikte audio-uitvoerapparaten, zoals een headset, worden afgehandeld door de lokale instantie Contact Desktop.
Je schakelt softphone-ondersteuning als volgt in op de terminal server
1 Installeer Contact Desktop op je lokale apparaat. Dit lokale apparaat is bijvoorbeeld verbonden met je headset of een ander audioapparaat dat je gebruikt in combinatie met Contact Desktop.
2 Installeer Contact Desktop op je terminal server (bijv. Windows Server of Citrix).
3 Log in met dezelfde referenties op beide Contact Desktop instanties (lokaal en remote).
4 Schakel de softphone op je remote Contact Desktop instantie uit. Je kunt dit doen via het contextmenu in de lade en het vinkje weghalen bij Softphone aan.
| In het geval dat je terminal server geen audio stuurprogramma heeft, is de softphone op je remote Contact Desktop instantie al uitgeschakeld. |
Na elke aanmelding bij de remote instantie Contact Desktop of bij het wijzigen van het uitgaande apparaat naar Softphone, zal de applicatie herkennen dat het in een remote opstelling draait.